Alcohol staat overal in de wereld van uw kind. In het schap, langs het voetbalveld, op elke verjaardag. Eén ding daarvan is van u, en dat is meteen het enige dat vandaag te veranderen valt.
Geen van deze vragen heeft een goed of fout antwoord. Ze zijn bedoeld om er één keer bij stil te staan.
Een verschuiving van twee uur verandert hoe vaak uw kind u ziet drinken, zonder dat u iets hoeft te laten.
En als visite langskomt: weten zij wat de afspraken bij u thuis zijn?
Ook wat online staat hoort bij de wereld waarin uw kind alcohol leert kennen.
Kinderen zien wie het cadeau uitkiest, inpakt en overhandigt.
Een drankje dat lijkt op wat volwassenen drinken, in een glas dat lijkt op dat van hen, is een oefening in iets dat later echt wordt.
Het onthouden van alcoholmerken en het herkennen van de glazen waaruit gedronken wordt, ontwikkelt zich al vanaf het tweede jaar. Vanaf het vierde jaar beginnen kinderen te onthouden wanneer hun ouders drinken, en merken ze dat het gedrag van hun ouders daarna verandert.
In het algemeen geldt dat kinderen die hun ouders zien drinken, positiever gaan denken over alcohol dan kinderen die dat niet zien. Dat vergroot de kans dat ze op jongere leeftijd beginnen.
Goed nieuws: opvoeders hebben meer invloed dan ze denken. Hoe later jongeren beginnen met drinken, hoe beter.
Dat vragen we niet. We vragen u om één ding te besluiten: wanneer uw kind u ziet drinken. Wachten tot ze op bed liggen is al een verschuiving die telt.
Ja. Rond het tweede jaar herkennen kinderen al welk glas bij welke drank hoort en van wie dat glas is. Ze kunnen er nog niets over zeggen, maar ze bouwen wel al aan hun beeld. Juist die eerste jaren zijn de jaren waarin er nog geen gesprek is en er toch geleerd wordt.
Dat is een terechte vraag waar wij geen makkelijk antwoord op hebben. De kantine is niet uw keuze. Wat u wel kunt doen is nadenken over uw eigen glas op die zondagmiddag, en wat u uw kind vraagt te halen. En wij brengen die vraag verder naar gemeenten en verenigingen.